Vleermuizen kunnen de hitte niet aan

De hittegolf in Australië eist zijn tol. Met name vleermuizen vallen gewoon uit de bomen omdat ze de hoge temperaturen niet meer aankunnen, melden de lokale media. Reddingswerkers en vrijwilligers probeerden de diertjes te redden, maar vaak tevergeefs. Vooral jonge vliegende honden hebben het lastig bij temperaturen die vlot oplopen tot meer dan 40 graden Celsius. ‘Ze worden gewoon gekookt’, zegt een medewerker. Er zijn al honderden dode dieren geteld, maar gevreesd wordt dat de uiteindelijke dodentol zal oplopen tot in de duizenden.

Een gigantisch ecosysteem, de insectenwereld, valt uit elkaar

Hoewel de wereld het niet ziet, stort een gigantisch ecosysteem in elkaar. Het heeft ons veel tijd gekost om deze catastrofe te begrijpen, om twee redenen: een culturele en een wetenschappelijke. Ten eerste geven we in het algemeen niet om insecten (behalve bijen en vlinders). Zelfs natuurliefhebbers zijn gefixeerd op gewervelde dieren, op wezens van bont en veren, en in de bevolking als geheel is er weinig sympathie voor het lot van insecten. We huiveren vaak van die kleine soms stekende beestjes. Minder insecten in de wereld ? Velen zouden juichen.

Vleermuizen staan bloot aan neonicotinoïde insecticiden

De ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus) heeft vaste vliegroutes en foerageert een substantieel deel van de tijd in veestallen maar jaagt ook vlak boven het bladerdak van bomen. De soort jaagt op spinnen en op kleine insecten, voornamelijk tweevleugeligen als vliegen en muggen, maar ook op nachtvlinders, rupsen, gaasvliegen en kevers. Op drie kraamkamerlocaties in Limburg (Lilbosch, Maria Hoop en Eijsden) zijn in de periode 2013-2015 dode individuen en mest verzameld.

Landbouw en veeteelt brengen de drinkwatervoorziening in gevaar

De Adviescommissie Water is in een advies aan minister Cora van Nieuwenhuizen uiterst kritisch over de manier waarop het grondwater wordt beheerd. Ze heeft grote zorgen over de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater. “Aanpak van de achteruitgang van de grondwaterkwaliteit is urgent.” Op veel plaatsen, ook in grondwaterbeschermingsgebieden, worden in het ondiepe grondwater te hoge concentraties vervuilende stoffen in het grondwater aangetroffen zoals nitraat, gewasbeschermingsmiddelen en medicijnresten. Die vervuiling is onomkeerbaar, stelt de commissie.

De ontwikkeling van Noord-Hollandse boerenlandvogels wordt bepaald door het insecten aanbod

Landschap Noord-Holland presenteert haar Jaarboek Boerenlandvogels Noord-Holland 2017. Het jaarboek schetst een beeld van de aantallen boerenlandvogels in het voorjaar van 2017. Sommige eenden van het boerenland doen het goed. Vooral het aantal broedparen krakeenden neemt al vanaf 2005 spectaculair toe. Krakeenden (Anas strepera) zijn planteneters, die foerageren langs de oevers van de wateren (o.a. op wieren op basaltblokken) waar ze verblijven. Het gaat de krakeend in Nederland voor de wind.

De tapuit verdwijnt als broedvogel in het Dwingelderveld

Rond 1960 hebben naar schatting 2.500 - 3.000 tapuiten Oenanthe oenanthe in Nederland gebroed. De tapuit is in enkele tientallen jaren tijd een van de zeldzaamste broedvogels van ons land geworden. De achteruitgang is fors, met maar liefst 90% sinds 1990. Grote delen van het binnenland, zoals Noord-Brabant, Limburg en de Veluwe zijn nagenoeg verlaten door deze vroeger algemene soort, die vele volksnamen kent. In het verleden broedde de tapuit (Oenanthe oenanthe) op het Dwingelderveld in de droge heide, waar voldoende broedgelegenheid aanwezig was in de vorm van de vele konijnenholen.

Joop van Lenteren en Louise Vet pleiten voor ecologische gewasbescherming die natuur en mens respecteert

Het moet mogelijk zijn om in een periode van 15 a 20 jaar een volledig ecologische gewasbescherming te ontwikkelen, waarbij één derde van alle plagen onder de duim wordt gehouden met spontaan voorkomende en regelmatig geïntroduceerde biologische bestrijding. Nog eens één derde kan worden voorkómen door planten resistent te maken tegen plagen. Het resterende deel kan dan door een boeket van andere methoden worden voorkómen, zoals preventie, cultuurmaatregelen en slim gebruik van chemische verbindingen die al dan niet door de plant zelf worden aangemaakt bij aanval door een ziekte of plaag.

Pesticiden bedreigen amfibieën

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat pesticiden en andere chemicaliën een significante rol spelen in de wereldwijde achteruitgang van amfibieën, zoals kikkers. De Duitse en Zwitserse wetenschappers achter de studie zeggen in het Britse dagblad The Guardian dat het zowel “verbazingwekkend” als “alarmerend” is dat veelvoorkomende pesticiden zo giftig kunnen zijn, en dat in dosissen die goedgekeurd zijn door overheden. “Je zou niet denken dat producten, die geregistreerd zijn op de markt, zo’n giftig effect hebben”, zegt Carsten Brühl van de Duitse universiteit Koblenz-Landau.

Minister Schouten vindt Commissie voorstel over de aanscherping van de regels voor drie neonicotinoïden prematuur

Minister Carola Schouten wil meer duidelijkheid over de gevolgen van de aanscherping van regels voor neonicotinoïden. Als die duidelijkheid er niet tijdig is, zal ze geen oordeel geven over het plan van de Europese Commissie om de regels voor het gebruik aan te scherpen. In een brief aan de Tweede Kamer zegt de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat verschillende lidstaten nog vragen hebben over de plannen van de Europese Commissie die er op neerkomen dat imidacloprid, clothianidin en thiamethoxam alleen nog in kassen mogen worden gebruikt.

Kamerbrief van Minister Carola Schouten als reactie op appèl van Henk Tennekes

In een kamerbrief van 11 december 2017 geeft minister Carola Schouten een reactie op de brief van Experimental Toxicology Services Nederland BV (ETS) van 22 oktober 2017 inzake het gebruik van neonicotinoïden in relatie tot insectensterfte. In de brief appelleert Henk Tennekes, naar aanleiding van de in Krefeld aangetoonde masssale insectensterfte, om de aangenomen moties van het lid Ouwehand (Kamerstuk 27 858, nr. 125 en nr. 155) voor een algeheel verbod op de neonicotinoïden ten uitvoer te brengen.