Ratten

Mais macht Hamster zu Rabenmüttern - Weibchen fressen ihre Jungen

Eine einseitige Ernährung mit Mais beeinträchtigt das Brutverhalten von Hamster-Weibchen: Die Nager gebären ihre Jungen achtlos außerhalb ihres Nestes, packen sie zu ihren Nahrungsvorräten und fressen sie mitunter sogar auf. Das zeigen Fütterungsexperimente französischer Wissenschaftler. Verantwortlich für die erschreckende Verhaltensänderung sei ein Mangel an dem Vitamin B3, schreiben die Forscher um Mathilde Tissier von der Université de Strasbourg in den "Proceedings B" der britischen Royal Society.

Roundup residues in food cause fatty liver disease

The impairment of liver function by low environmentally relevant doses of glyphosate-based herbicides (GBH) is still a debatable and unresolved matter. Previously we have shown that rats administered for 2 years with 0.1 ppb (50 ng/L glyphosate equivalent dilution; 4 ng/kg body weight/day daily intake) of a Roundup GBH formulation showed signs of enhanced liver injury as indicated by anatomorphological, blood/urine biochemical changes and transcriptome profiling.

Wildlife is on the decline in the Staffordshire Moorlands

New figures have emerged in a report by conservationists and nature experts which shows that wildlife in Staffordshire is declining at a rapid rate. The report is the first so-called 'stocktake' of animals and wildlife county-wide. The report by Staffordshire Wildlife Trust assessed species across farmland, freshwater, grassland, wetland, moorland, woodland, and low-land heathland. The figures showed that many species are in decline, from small rodents to insects. These include the hazel dormouse (Muscardinus avellanarius), water vole, and numerous butterfly species.

Neonicotinoid Insecticides Alter the Gene Expression Profile of Neuron-Enriched Cultures from Neonatal Rat Cerebellum

Neonicotinoids are considered safe because of their low affinities to mammalian nicotinic acetylcholine receptors (nAChRs) relative to insect nAChRs. However, because of importance of nAChRs in mammalian brain development, there remains a need to establish the safety of chronic neonicotinoid exposures with regards to children’s health. Here we examined the effects of long-term (14 days) and low dose (1 μM) exposure of neuron-enriched cultures from neonatal rat cerebellum to nicotine and two neonicotinoids: acetamiprid and imidacloprid.

Für NRW ist der Kampf um den Feldhamster schon verloren!

Für Nordrhein-Westfalen gibt es traurige Gewissheit: In diesem Bundesland ist der Kampf um den Feldhamster (Cricetus cricetus) schon verloren! Vorkommen des stark bedrohten Säugetieres, das seit Jahren einen Stammplatz auf der Roten Liste hat, können nur noch in wenigen Bundesländern nachgewiesen werden. Das belegt eine Verbreitungskarte der Deutschen Wildtier Stiftung und des Forschungsinstituts Senckenberg. Die Karte zeigt, wie dramatisch der Rückgang des sympathischen Säugetieres ist.

Feldhamster im Norden so gut wie ausgestorben

Schwarze Knopfaugen und dicke Bäckchen: Der Feldhamster sieht niedlich aus. Doch zu Gesicht bekommt den Nager im Norden kaum noch jemand, denn der Feldhamster (Cricetus cricetus) ist so gut wie ausgestorben. In Schleswig-Holstein und Mecklenburg-Vorpommern lebt nach Angaben der Deutschen Wildtier Stiftung kein einziger Feldhamster mehr. Und auch für Niedersachsen sieht es schlecht aus: Dort gibt es noch wenige Tiere rund um die die Hildesheimer Börde und Peine, aber auch hier schrumpft der Bestand. "Es ist fünf vor zwölf", sagt Biologe Peer Cyriacks von der Deutschen Wildtier Stiftung.

Chronic exposure to imidacloprid may lead to infertility problems

This study was undertaken to explore relationships between level of imidacloprid in the serum and semen quality among men farmers in addition to investigating histopathological findings in treated mature male rats. Our research entailed two parts; firstly, human part done on farm workers (n=35) with age between (Mean ± SD 34.3±6.4) and healthy volunteers (n=25) their ages were (35.6±8.2) years old asked to provide semen and blood samples.

The Battle Over the Most Used Herbicide Heats Up as Nearly 100 Scientists Weigh In

One year ago, an agency of the World Health Organization’s International Agency for Cancer Research (IARC) declared that glyphosate (or Roundup), the world’s most widely used herbicide, probably causes cancer. Then, in the fall, the European Food Safety Agency’s (EFSA) responded with an assessment that disagreed with the WHO’s findings. In response, 94 scientists came out in support of the IARC’s original findings. This week, the group—which includes scientists from around the world—released their article in the peer-reviewed Journal of Epidemiology and Community Health saying: The most appropriate and scientifically based evaluation of the cancers reported in humans and laboratory animals as well as supportive mechanistic data is that glyphosate is a probable human carcinogen. On the basis of this conclusion and in the absence of evidence to the contrary, it is reasonable to conclude that glyphosate formulations should also be considered likely human carcinogens. And their endorsement is no small matter. In fact, as the U.S. Environmental Protection Agency (EPA) reassesses the safety of glyphosate, and the U.S. Food and Drug Administration (FDA) plans to begin testing food for its residue, this volley has important implications.

Neurotoxiciteit studie met Imidacloprid van Bayer CropScience toont mogelijk schadelijke werking op de ontwikkeling van de hersenen aan

Bij neurotoxiciteit studies wordt onder andere onderzocht of pre- of postnatale blootstelling aan een giftige stof invloed heeft op de ontwikkeling van het zenuwstelsel. Bayer Crop Science (BCS) heeft in 2001 een dergelijke studie uitgevoerd met imidacloprid. Imidacloprid werd toegediend via het dieet aan zwangere Sprague Dawley ratten van zwangerschapsdag 0-20 tot en met lactatiedag 21 in doseringen van 0, 100, 250 en 750 ppm, overeenkomend met een gemiddelde dagelijkse dosis van 0, 8, 19 en 54,7 mg / kg / dag . Het nageslacht werd indirect blootgesteld aan imidacloprid over een totaal van 41 dagen (20 dagen in de baarmoeder en 21 dagen via lactatie). Na het spenen op postnatale dag 21 werd onbehandeld voedsel gegeven. De hersenen van 10 dieren / geslacht / groep werden geanalyseerd op postnatale dagen 11 en 75. Op postnatale dag 11 vertoonden vrouwelijke dieren van de 750 ppm groep een verminderde omvang van caudate putamen (-5.5%) en een aanzienlijke vermindering van de omvang van het corpus callosum (-27,6%). Morfometrische hersen metingen werden niet uitgevoerd in de intermediaire en lage dosis groepen. Het EFSA-panel voor gewasbeschermingsmiddelen en residuen (PPR) heeft bezorgdheid geuit over deze resultaten, vooral gelet op de omvang van de daling van het corpus callosum. Het belangrijkste punt van onenigheid tussen BCS en het PPR-panel is de interpretatie van de morfometrische data. BCS betoogt dat imidacloprid geen morfometrische effecten in hun studie heeft veroorzaakt, alhoewel BCS erkent dat hun morfometrisch onderzoek werd beperkt tot de hoge dosis en de controlegroep. Daarentegen ziet het PPR-panel de morfometrische gegevens een bron van zorg door het ontbreken van intermediaire en lage dosis gegevens. Met de beschikbare gegevens is het onmogelijk om een ​​dosis-werkingsrelatie van de morfometrische veranderingen te beoordelen. Er bestaat volgens het PPR-panel grote onzekerheid over de potentiële neurotoxiciteit van imidacloprid. Ook de Amerikaanse EPA had kritiek op het ontbreken van intermediaire en lage dosis gegevens.